Kaspar//Braakland/ZheBilding

KASPAR(c) Stephan Vanfleteren

En nu is Kaspar dood. De taal heeft hem verlaten. Op die manier opent Kaspar, de nieuwe voorstelling van Braakland/Zhebilding. Deze keer zet het Leuvense toneelgezelschap zijn tanden in het verhaal van Kaspar Hauser. Onverklaarbaar mysterie. Messias. Gedoemde. Kind van Europa.

Voor degenen die geen allesomvattende algemene kennis hebben, vat Braakland aan het begin van de voorstelling kort samen wie Kaspar Hauser was. Op een scherm kunnen we lezen hoe de 16-jarige Kaspar Hauser plots opdook. Hoe diezelfde Kaspar slechts twee zinnen kon zeggen : “Mijn naam is Kaspar Hauser. Ik wil ruiter worden net als mijn vader was.” Hoe het na een tijd duidelijk werd dat Kaspar altijd in een hol had geleefd, verzorgd door een man die hij niet kende en nooit zag. Hoe diezelfde man hem op een bepaald moment de twee voorgenoemde zinnen leerde en hem naar Nuerenberg stuurde. Hoe hij opgevangen werd en beschouwd werd als ‘het kind van Europa’ en hoe hij plots vermoord werd.

Dat alles krijgen we te lezen in witte letters die op een zwart scherm worden geprojecteerd. Een simplistische manier om een voorstelling te beginnen en de moeilijkheden die de relatieve onbekendheid van Kaspar Hauser met zich meebrengt, te ontwijken. Dat dacht ik toch in het begin. Maar eens duidelijk wordt op welke manier BZB te voorstelling aanpakt, wordt het opzet van het begin duidelijk. Want nadat we te lezen hebben gekregen wie de Kaspar eigenlijk was, kunnen we lezen hoe het gezelschap zijn levensverhaal zal herhalen en op welke wijze ze dat zullen doen : elke avond zal een andere acteur de rol van Kaspar op zich nemen. De acteur komt een half uur eerder aan. Wat hij moet doen wordt hem af en toe tijdens de voorstelling ingefluisterd. Wat hij moet zeggen, leest hij af van een autocue. Op een slimme manier zijn wij op dat moment dus even in de schoenen gezet van de acteur die Kaspar zal spelen. We zijn onwetend. Wat we weten hangt volledig af van wat we te lezen krijgen op de autocue. Ons leestempo wordt volledig bepaald door diezelfde autocue en we zijn volledig overgelaten aan de grillen van het ding. En dan moeten we nog niet eens de hoofdrol spelen in een toneelstuk.

Stel je voor.

 
Na die slimme spiegeltruk, waar we ons pas later van bewust worden, begint de voorstelling. Als 4 goden kijken Dirk Buyse, Sara Vertongen, Kris Cuppens en Janne Desmet neer op de dode Kaspar. Meer dan hun stemmen en de muziek (die als een volwaardig personage live op het podium gebracht wordt) is er niet nodig om een sfeer te creëren op het podium dat voor de rest enkel bestaat uit een witte wand, een doek als het ware, waarop op elk moment een landschap getekend kan worden. Niet met verf deze keer, maar met geluid. Zij zullen zijn verhaal vertellen, maar hoe vertel je de geschiedenis van iemand die geen geschiedenis heeft? Hoe begin je aan een verhaal zonder begin? Daarvoor zullen de goden uit hun hogere oorden moeten afdalen en als schimmen op zoek moeten gaan naar de oorsprong van zijn verhaal. Daarmee daalt ook BZB af van de gewoonte achter de statieven te blijven staan en haar verhaal te vertellen. Deze keer verlaten de acteurs  hun statieven en nemen hun micro’s aan lange kabels mee om het verhaal van Kaspar te vertellen,  om de wereld waar Kaspar in terecht komt te creëren.  Met alle praktische ongemakken (denk : geharrewar met kabels) , maar ook symbolische voordelen (denk : verstrikt geraken in je eigen verhaal) van dien.

In die wereld wordt de onwetende Kaspar dus binnengebracht. Hij weet niets van hoe die wereld werkt en wat van hem verwacht wordt. Kaspar van dienst Wim Oris is de enige die de hele voorstelling statisch blijft. Zijn plaats staat ostentatief aangegeven met een kruis en slechts één keer zal Kaspar die plaats uit eigen beweging verlaten. Verder is hij overgelaten aan de grillen van de acteurs rondom hem en de tekst die hij mag aflezen van de autocue. Die tekst begint heel hakkelig, maar evolueert in de loop van de voorstelling naar volwaardige zinnen en eindigt zelfs in een grappige, doch tragische redevoering die tegelijk de bevrijding en de dood van Kaspar Hauser inluidt.

De acteurs brengen ons zijn verhaal als het ware als een dyonisisch koor : Als goden, als getuigen, als personages, maar ook als toeschouwers, als grappenmakers, als onwetende pionnen in een verhaal, maar ook als verantwoordelijken voor dat verhaal. Ze slagen erin om de fragmentaire voorstelling, die soms op het randje van chaotisch balanceert, toch samen te houden en tot een geheel te breien. Bijgestaan door de geniale tekst en dito muziek, creëren ze een vloeibare wereld die naadloos van de ene situatie in de andere overgaat.

In tegenstelling tot Hebzucht is deze voorstelling geen expliciete kritiek op het moderne bestaan. Deze keer is de kritiek veel subtieler,  maar misschien daarom komt ze ook harder aan. Braakland vertelt ons het verhaal van Kaspar met enorm veel lagen. We zien hoe Kaspar geboren wordt in een maatschappij waarvan hij de regels niet kent en gedwongen wordt zich te onderwerpen aan hun -regels en -wel heel erg letterlijk- aan de taal die zij hem opleggen. En hoe er desondanks toch nog een origineel antwoord van hem verwacht wordt. We worden geconfronteerd met een massa die in Kaspar een messiasfiguur die een einde zal maken aan haar eigen vervreemding. We zien ophemeling. We zien idolatrie. Maar we zien ook hoe diezelfde massa zich net zo gemakkelijk als één mens tegen Kaspar keert. En -zoals op een bepaald moment letterlijk gezegd wordt- die massa zijn wij.  Net zoals we in het begin een spiegel werden voorgehouden en we even allemaal onwetende Kaspars waren, wordt ons met de voorstelling een spiegel voorgehouden van de massa waar we deel van uitmaken.

De hele voorstelling lang wordt gespeeld met de notie ‘opsluiting’. Op het einde zien we de muren (letterlijk!) op Kaspar, maar ook op ons  afkomen. Kaspar sterft niet aan de wonde die hem wordt toegebracht. Hij sterft in een auto-ongeluk. Op die manier nemen we afscheid van een man die eigenlijk zijn hele leven opgesloten is geweest. Die op het einde van zijn leven heel even van de vrijheid mag proeven, maar ook weer opgesloten sterft.

Met Kaspar bewijst Braakland/ZheBilding dat het haar faam meer dan waard is. Het is geniaal tekst- en muziektheater dat smeekt om gezien te worden. En als u het niet hoort, dan smeek ik u om het te gaan zien.

http://www.braaklandzhebilding.be/dp/

Tekst: Stijn Devillé & Adriaan Van Aken

Spel : Dirk Buyse, Kris Cuppens, Sara Vertongen, Janne Desmet en vele gastacteurs

Een voorstelling van:  Dirk Buyse, Kris Cuppens, Sara Vertongen, Janne Desmet, Stijn Devillé, Adriaan Van Aken, Els Theunis, Rudy Trouvé, Geert Waegeman 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s